4

Sinds dit jaar geldt er een wettelijke taaleis in de kinderopvang, waar alle pedagogisch professionals aan moeten voldoen. Een goede taalontwikkeling is erg belangrijk voor kinderen, dus deze taaleis is nodig om kinderopvang van de hoogste kwaliteit te kunnen bieden. Hoewel het bereiken van het vereiste taalniveau niet voor alle medewerkers even gemakkelijk was, is inmiddels een groot deel hierin geslaagd. Hoe is dit succes bereikt? En hoe heeft Wij zijn JONG ervoor gezorgd dat alle collega’s zich gesteund voelden in deze uitdaging?

Sinds 1 januari dit jaar is er een taaleis van kracht, die betekent dat de mondelinge taalvaardigheid van alle pedagogisch professionals minimaal niveau 3F moet zijn op de gebieden spreken, gesprekken voeren en luisteren. Dat is van groot belang om de kinderen een goed taalaanbod te kunnen geven, in het kader van hun verdere ontwikkeling. De wetswijziging werd eerder al enkele keren uitgesteld, onder meer door corona. Ook nu zijn er maatregelen getroffen om de overgang zo zacht mogelijk te maken, onder andere door oudere medewerkers meer tijd te bieden om het vereiste niveau te behalen. Binnen Wij zijn JONG wisten inmiddels nagenoeg alle medewerkers dit niveau te bereiken. Hierdoor was er geen uitstroom van medewerkers vanwege deze wetswijziging. Dit fantastische resultaat is bereikt door het harde werk van alle betrokken medewerkers, en de steun die vanuit Wij zijn JONG geboden werd.

MAATWERK

Na een eerste peiling onder alle 2500 pedagogisch professionals bij Wij zijn JONG bleken ongeveer 600 medewerkers nog bijscholing nodig te hebben om het gevraagde taalniveau te bereiken, vertelt opleidingsadviseur Manon van de Vosse. “Vanaf het begin was het de insteek om een helpende hand te bieden naar de medewerkers toe. Dat deden we door te kijken waar die persoon op dat moment stond, om vervolgens een goed aanbod te kunnen doen om de medewerker bij te scholen - en zo uiteindelijk het gewenste niveau te behalen. Door per persoon te kijken wat diegene nodig had en daarbij maatwerk te bieden in de ondersteuning, lieten we duidelijk merken dat ze niet alleen voor deze uitdaging stonden.”

“Een ander belangrijk uitgangspunt was dat we alle medewerkers wilden behouden binnen onze organisatie”, vult HR-medewerker Jacky van den Broek aan. “We hebben er op verschillende manieren voor gezorgd dat geen enkele medewerker het gevoel had er alleen voor te staan.” De eerste wetswijzigingen rondom taalniveaus in de kinderopvang stammen al uit 2013. “Toen gold er nog geen verplichting voor de opvang en de bso, maar we zagen het wel al aankomen dat dat op een later moment zou gaan gebeuren. De kinderopvangmerken van Wij zijn JONG (Korein, Kwink, Skar & Spelenderwijs) waren er dus al vroeg bij, en dat bleek uiteindelijk een voordeel: hierdoor hadden we al een jarenlange relatie opgebouwd met onze vaste opleidingspartners Taalkracht en Rijn IJssel.”

VERTROUWEN

“Er zijn vele succesverhalen van medewerkers die boven zichzelf uit zijn gestegen”, vertelt Wil Nienhuis, die als docent bij Taalkracht enkele jaren betrokken was bij dit project. Ze heeft ervan genoten om de ontwikkeling van verschillende medewerkers van dichtbij mee te maken én te stimuleren. “Ik begrijp heel goed dat de verplichte taaleis voor veel stress en onzekerheid zorgde. Velen werkten al tientallen jaren in de kinderopvang en moeten dan plotseling weer een toets afleggen om hetzelfde werk te kunnen blijven doen.”

“Maar het was prachtig om te zien hoe de medewerkers zich ontwikkelden, ook degenen die in het begin tegen heel veel dingen aanliepen. Als Nederlands bijvoorbeeld niet je moedertaal is, dan is het best pittig om hier een toets in te moeten doen. Ook voor oudere medewerkers is het uitdagend om weer getoetst te worden, omdat het vaak al tientallen jaren geleden is dat ze voor het laatst in de schoolbanken zaten.”

Door goed te luisteren naar waar de medewerkers mee worstelden en hier gesprekken over te voeren, ontstond er vertrouwen. “Pas daarna gingen we echt met de stof aan de slag, wat ik ook in kleine stapjes probeerde te doen. Het liefst gaf ik de bijscholing in kleine klasjes van vier personen. Dat werkt naar mijn mening nog beter dan wanneer je een-op-een met de docent zit. Door in kleine groepjes te werken kunnen de medewerkers elkaar ook stimuleren, waardoor ze ook steun en vertrouwen bij elkaar vinden. Het was bijvoorbeeld prachtig om te zien dat ze voor elkaar gingen applaudisseren als er vooruitgang werd geboekt, maar dat er ook ruimte was voor het maken van grapjes. Na verloop van tijd zorgde dat er ook voor dat de sfeer ontspannen werd, waardoor er een goede chemie ontstond waarin iedereen het beste uit zichzelf kon halen.”

De blijdschap was groot onder de medewerkers na het halen van de toets. “Ik hoorde bij sommige medewerkers zelfs een lichte teleurstelling, omdat ze nóg hoger hadden willen scoren,” vertelt Wil lachend. “Dat was hartverwarmend om te zien, zeker als je terugdenkt aan hoe deze medewerkers tegen de toets op keken aan het begin van de reeks lessen. Dan weet je zeker dat ze een prestatie hebben neergezet om heel erg trots op te zijn.”

UITDAGINGEN

Niet alleen deze zeshonderd medewerkers verdienen een applausje voor hun harde werk, maar ook hun directe collega’s op de opvang en andere medewerkers binnen de organisatie. Dit was een kolossaal project over meerdere jaren, dat bijvoorbeeld ook veel gevraagd heeft van de vestigingsmanagers en de flexkrachten die moesten bijspringen om de gaten in het rooster te vullen. Door het personeelstekort binnen de branche is de werkdruk op de opvanglocaties hoog, wat het uitdagend maakte om de planning rond te krijgen als er medewerkers bijgeschoold moesten worden. “Het was voor Wij zijn JONG van groot belang om deze bijscholing op zoveel mogelijk vlakken te faciliteren voor de medewerkers,” vertelt Manon van de Vosse. “Zo hebben we er voor proberen te zorgen dat de bijscholing zoveel mogelijk binnen de werkuren gebeurde, om deze medewerkers niet nog meer te belasten in hun vrije tijd. Daarbij hebben we steeds goed de vinger aan de pols gehouden om ervoor te zorgen dat het werk voor alle collega’s te behappen bleef. Want de opvang op de verschillende locaties moest natuurlijk wel goed blijven verlopen. We hebben dit echt met de hele organisatie gedaan, want er is een groot beroep gedaan op de flexibiliteit van de directe collega’s op de vloer. Ook zij hebben hun steentje bijgedragen om dit fantastische resultaat neer te zetten, dus ze verdienen het om ook in het zonnetje gezet te worden.”  

taaleis-foto-1.jpg

Wij zijn JONG-Update
×